De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Window dressing, wat zou jij doen #lesvoorbereiding.

De bijeenkomsten bedrijfseconomie gaan nu een aantal keer over kengetallen. De studenten leren een aantal ervan berekenen en interpreteren. Kengetallen als rentabiliteit inclusief hefboomwerking, liquiditeit en solvabiliteit debiteuren- en crediteurendagen enz.

(Via economiehulp.nl (waarnaar de bovenstaande links verwijzen) vond ik trouwens ook dit overzicht van de kengetallen per sector)

Soms wil je als organisatie graag dat die kengetallen er iets anders uitzien dan ze doen. Ga je als financial beïnvloeden of niet. Daar gaat het in de lessen alleen zijdelings over. Omdat het belangrijk is om meer MVO & de praktijk in het curriculum te brengen zou ik het graag een deel van een les hierover hebben. Daarnaast krijg ik misschien een aantal studenten (die vorig jaar dit al gehad hebben) wellicht wel geactiveerd als het gaat over beïnvloeden.

Dus wil ik het graag hebben over ethisch gedrag / transparantie vs windowdressing mbt het beïnvloeden van de kengetallen.

Ik heb eens wat gesurft en een aantal interessante artikelen (pearltree) gevonden.

Een aantal artikelen over wat is window-dressing en waarom doe je dat:

Window dressing is a set of actions or manipulations with financial or other information in financial documents (financial statements, reports, etc.) to make this information look more attractive to its users. Even though window dressing can occur at any time, it is commonly used at the end of a period.

En in dit artikel staan 30 beïnvloedingstechnieken (de “hoe doe je dat’s” van het window-dressen) en hoe je ze kan herkennen als je naar een jaarrekening kijkt.

De kunst is nou de volgende. Hoe maak ik hieruit mini-casussen waarbij propedeuse studenten kunnen kiezen: wat zou jij doen.

De elementen: welke ratio, wie heeft er belang bij, wat zijn de effecten.

Mini-casus 1:

Bij werkkapitaalbeheer hoort (kort door de bocht) debiteurensaldo omlaag, voorraad zo laag mogelijk en crediteurentermijn liever langer dan je debiteurentermijn. Bij groei van de onderneming (en dus groei van debiteuren en voorraad), groeit ook de financieringsbehoefte. Om te zorgen dat er zo min mogelijk extra gefinancierd moet worden op de lange termijn heeft je leidinggevende een target voor netto-werkkapitaal van 100. Hij heeft een schatting gemaakt van alles eindsaldi en bedacht dat als hij in de laatste maand geen enkele leverancier meer betaalt, hij dan zijn bonus krijgt. Nu weet jij dat een aantal van die crediteuren kleine bedrijven zijn die krap bij kas zitten. Andere zijn voor het bedrijf cruciale leveranciers die dreigen niet meer te leveren als ze niet betaald worden. Voer je de order (=niet betalen) uit.

Hebben jullie trouwens nog van dit soort voorbeelden voorhanden? Scheelt mij weer werk. Ik zal ze delen.

Ps Ik was de coöperatieve werkvorm vergeten. Dat wil ik vanaf nu in elk nieuw les-ontwerp inbouwen. Ik kies dit keer voor: de placemat (video leraar 24)

Betekent dat ik moet meenemen: pak A3 papier + stiften (zodat tekst lekker dik is)

Ik kreeg nog toegespeeld de volgende casussen:

Mini-casus 2:

Voor het behouden van een aa+rating wordt o.a. gestuurd op een aantal solvabiliteitsratio’s. De onderneming is voornemens een aantal machines te leasen. Jij hebt als controller de voorwaarden van de lease gezien en bent van mening dat het om financial lease gaat. Hierdoor worden de ratio’s negatief beïnvloed en de CEO wil de lease daarom niet via de balans verwerken. In een gesprek dat je met de CEO hebt, geeft hij het grote belang van de gunstige rating aan (1 procentpunt hogere rente agv de lagere rating scheelt al gauw enkele miljoenen euro’s). Bovendien vindt de CEO het maar ‘boekhoudkundig geneuzel’ en heeft hij via via gehoord dat het voor de externe accountant ‘niet materieel’ is. Wat doe je wetende dat volgens de huidige richtlijnen deze lease als financial lease (en dus via de balans) moet worden verwerkt?

Mini-casus 3:

Een sales-collega van je heeft per 1 februari een nieuwe baan. Hij heeft een bonus die gerelateerd is aan de omzet. Dit omdat dat het RTV beïnvloedt (Dupont) Zijn omzet in de maand de maand december is hoog. Opvallend is wel dat er meer kortingen dan anders worden gegeven. Wel keurig binnen het autorisatie-schema. De winstmarge staat onder druk en waarschijnlijk betekent dat dat zijn opvolger in de eerste maanden van volgend jaar erg weinig zal verkopen. Wat doe je?

Mini-casus 4:

De bank heeft al een aantal keren gewaarschuwd dat ze de current ratio van je bedrijf te laag vinden. Je zit op 0,4 (800 debet, 2000 credit) Als je een grote voorraad aankoopt in december van 2000 is de boeking: voorraad aan crediteuren. Dat betekent dat je ratio stijgt naar 0,7. (2800/4000). Doe je het?

Mini-casus 5:

Het bedrijf waarvoor je werkt is gewend om zijn onderhandenprojecten werk als volgt te verwerken: de gefactureerde termijnen als vreemd vermogen op de balans plaatsen (creditzijde). De solvabiliteit en het RTV staan onder druk. Je wordt gevraagd of het niet mogelijk is om de gefactureerde termijnen in mindering te brengen op het OHW aan de actief zijde (OHW = bestede kosten aan het project + winstopslag), (de voorkeursoptie vanuit de regelgeving). Dat heeft namelijk als gevolg dat het balanstotaal daalt, hetgeen goed is voor bijvoorbeeld de solvabiliteit (EV/TV) maar ook goed is voor de RTV. Doe je dat?

Ps na de uitvoering. Ik heb in iedere groep maar 1 casus uitgevoerd. Casus 2 bleek erg moeilijk. Casus 3 werkte het best.

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: