De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Omschrijf eens wat je voor je ziet Ilse.

Wonde, toch mooi om te zien.De vraag van een collega, in het kader van onze expeditie binnenste buiten. Of ik kan omschrijven hoe een module er dan uitziet.

Ok, ik doe een poging in een paar uurtjes. Als afzetpunt…

Voorbereiding module door docenten

(bij de voorbeelden gebruik ik de nieuwe accountancy eindtermen)

Een semester is een module. We definiëren 8 modules.

Docenten hebben vooraf uit de verplichte lijst de specifieke eindtermen gekozen voor deze module en de (manier van) toetsing ervan bepaald. Dat betekent dat ik voorstander ben om iedere eindterm maar 1 keer te summatief te toetsen.

Schermafbeelding 2016-01-31 om 14.54.28

De docenten bepalen ook de essentiële vraag die erbij hoort. Als voorbeeld neem ik even: Hoe wordt een organisatie gefinancierd? Het grote voordeel van zo’n essentiële vraag is dat indien werkenden zich dezelfde vraag stellen, ze kunnen aansluiten bij de module.

Het praktijkgedeelte van deze specifieke einddoelen wordt getoetst. Daarin moet het proces ook voorzien.

Binnen dat semester ontwikkelt de student zich ook tbv de generieke eindtermen. Die gaan over grenzen/beperkingen deskundigheid; veranderingen en ontwikkelingen in het vakgebied; onderzoeksvaardigheden; analytische vaardigheden; conflictbeheersings- en onderhandelingsvaardigheden; organisatiesensitiviteit; mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden; projectmanagement; relatiemanagement/-beheer; coaching en leiderschap; prioriteiten stellen; teamwork; diversiteit; lerend vermogen

  1. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om bij het uitvoeren van een opdracht de eigen grenzen/beperkingen te signaleren, waar nodig deskundigen in te schakelen en daartoe een opdracht te formuleren (T+P).
  2. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat de bevindingen van de ingeschakelde deskundige te evalueren, kritisch te bespreken en bij zijn oordeelsvorming te betrekken (T+P).
  3. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om relevante, actuele ontwikkelingen in het vakgebied en het beroep tijdig te signaleren, de gevolgen daarvan te onderkennen en in zijn beroepsuitoefening te betrekken (T+P).
  4. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om een vaktechnische discussie te voeren met vakgenoten (T+P).
  5. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om een gedegen (praktijk)onderzoek te verrichten op een voor de accountant relevant vakgebied, uitmondend in een verslag of werkstuk op een zodanig niveau dat het, al dan niet in beknopte vorm, als artikel kan worden gepubliceerd in een professioneel of wetenschappelijk tijdschrift (T).
  6. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om relevante onderzoeken te identificeren, de uitkomsten kritisch te evalueren en waar nuttig te betrekken bij de uitvoering van de opdracht (T+P).
  7. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat nieuwe informatie en ideeën te genereren, zich snel eigen te maken, te analyseren en te verwerken (T+P).
  8. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat informatie m.b.t. complexe beroepssituaties te ontleden, fouten in argumentatie en tekorten in bewijsvoering te herkennen en op grond van logisch redeneren conclusies te trekken (T+P).
  9. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat problemen te signaleren en te analyseren (w.o. het onderkennen van causale en andere relaties) teneinde te komen tot effectieve oplossingen (T+P).
  10. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat om in geval van conflicten en onderhandelingen belangen en standpunten af te wegen om bij te dragen aan een voor betrokken partijen geaccepteerd resultaat (T+P).
  11. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat de invloed en de gevolgen van beslissingen en gedragingen van mensen in een organisatie te begrijpen en hiermee rekening te houden bij zijn handelen (P).
  12. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat actief en met empathie te luisteren en effectieve interviewtechnieken toe te passen (T+P).
  13. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat met beroepsgenoten en niet-deskundigen, zowel in woord als in geschrift, ideeën, meningen en standpunten op taalkundig juiste, bondige, begrijpelijke en overtuigende wijze te communiceren en te presenteren (T+P).
  14. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat opdrachten/projecten waarbij meerdere personen zijn betrokken te plannen, te sturen en te beheersen (P).
  15. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat op de juiste wijze in te spelen op de behoeften van zowel interne als externe cliënten teneinde een duurzame en betekenisvolle relatie te onderhouden (P).
  16. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat medewerkers te motiveren en stimuleren om professionele en persoonlijke doelen te bereiken door ontwikkeling van kennis, competenties, talenten en het tonen van voorbeeldgedrag (P).
  17. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat, rekening houdend met deadlines, prioriteiten te stellen en zijn werkzaamheden zorgvuldig te plannen (P).
  18. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat op collegiale wijze samen te werken teneinde een gemeenschappelijk doel te bereiken (T+P).
  19. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat op respectvolle wijze om te gaan met personen met verschillende capaciteiten en culturele achtergronden en gebruiken (P).
  20. De beginnend beroepsbeoefenaar is in staat te reflecteren op eigen ervaringen en ervaringen van collega’s, deze al dan niet in teamverband te bediscussiëren en hiervan te leren (T+P).
  21. De beginnend beroepsbeoefenaar wordt in staat geacht zich, in het kader van ‘een leven lang leren’, blijvend te ontwikkelen (P)

Het proces is zodanig gestructureerd dat de ontwikkeling ervan tijdens het leerproces mogelijk is. Toetsing: de student toont aan het eind aan welke ontwikkeling hij hieromtrent tijdens het leerproces heeft doorgemaakt.

Week -10, student kiest:

Als student geef ik me op voor het semester dat ik graag wil gaan volgen. Omdat het onderwerp me in deze fase van de opleiding aanspreekt. Externen kunnen dat ook doen. De eerste 2 semesters zijn zijn trouwens geen keuze. Is de basis.

Week 1 tm 3, oriëntatie op het onderwerp, de specifieke eindtermen, toetsing ervan, planning:

De 90 studenten zijn 2 volle vaste dagen op school. Ze bevinden zich die twee dagen steeds in dezelfde ruimte en daar zijn continue 4 docenten aanwezig. De docenten beheersen als team alle specifieke en generieke eindtermen van deze module.

In deze eerste 6 werkdagen oriënteren de studenten zich op het onderwerp. de specifieke eindtermen, de toetsing ervan en maken een planning voor de komende 17 weken. Ze plannen daarbij ook hun praktijkgedeelte.

De dagen kennen een vaste structuur. (vb gezamenlijk starten en afsluiten)

De rol van de docenten in deze fase is het geven van inzicht in het beschikbare leermateriaal, de beschikbare praktijkopdrachten en het ondersteunen bij het maken van de planning.

Week 4 tm 18

Nog steeds zijn de 90 studenten 2 volle vaste dagen op school (of op locatie) met hun 4 docenten. Ze werken conform hun eigen planning aan het verwerven van de vaardigheden nodig voor de eindtermen.

De rol van de docenten in deze fase is volgen of studenten zich aan hun planning houden. Verzorgen op verzoek workshops of colleges. Geven individueel uitleg op verzoek. Zij zijn ook continue bezig om het beschikbare leermateriaal te verbeteren met de inbreng van de studenten. (het bewaren van wat deze groep deed, opdat de volgende groep daarop kan verderbouwen). Bieden eventueel formatieve toetsen aan om de voortgang te monitoren. Brengen studenten in verbinding met externen die behulpzaam kunnen zijn in dit leerproces.

En minstens even belangrijk, zij observeren hun studenten, zien hun sterke punten en zien waar ze vastlopen. Deze feedback helpt studenten in hun ontwikkeling. Om dit te kunnen doen moeten de periodes lang genoeg zijn om de studenten te leren kennen (vandaar een semester)

Co-teaching is een manier van werken waarbij docenten let

De dagen kennen een vaste structuur.

Het praktijkgedeelte wordt in de overige dagen gedaan.

Bijkomend voordelen: Co-teaching is een manier van werken waarbij docenten zich ontwikkelen omdat ze leren van elkaar(s feedback). En langere tijd rond hetzelfde onderwerp werken betekent ook dat je inhoudelijke kennis toeneemt.

Week 19 voorbereiding op toetsing

Tijd en ruimte om voor te bereiden op de toets. De docenten zijn niet beschikbaar. Zij bereiden zich voor op het volgende semester.

Week 20 toetsing

Tijd voor de studenten om de toets te maken en voor de docenten om te beoordelen/corrigeren.

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2018 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: