De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Geweest: Hyperion Lyceum

Hoe was het in Amsterdam vroegen de jongens (middelbare scholieren) bij thuiskomst? Ik had ze ’s ochtends verteld dat ik naar een school toeging waarvan ik op Twitter gezien had dat de docenten allerlei dingen uitproberen en leerlingen het naar hun zin leken te hebben.

De groene Amsterdammer begint hun artikel over de school als volgt:

Het nieuwe Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord heeft grote ambities. Het wil een school zijn met hoogwaardig en vernieuwend onderwijs voor leergierige en initiatiefrijke leerlingen. ‘We willen dat onze leerlingen niet alles aan Google overlaten.’

Ik wou daar graag een keertje zijn, kijken wat ik daarvan kon zien. En ik wou graag weten wat voor iemand dan zo’n school leidt. Er wordt geschreven/gepraat over hoe leiderschap in zo’n school er dan uit zou moeten zien. Is dat dan ook zo? En dus was ik erg blij met de uitnodiging van Ilja Klink om een keer langs te komen bij het Hyperion Lyceum. Dit naar aanleiding van tweets over een blogpost over het boek “Small Schools, Big Ideas”.

De beste manier om de dag te beschrijven is, geloof ik, de dag beschrijven 🙂 Ik ga niet de verschillen met andere scholen beschrijven. Die vergelijking laat ik aan jullie, de lezers, over.

Bij binnenkomst komt Arnold naar me toe. Hij stelt zich voor, heet me welkom en brengt me naar de docentenkamer, zorgt voor een kopje koffie. Dat ik nog weet dat hij Arnold heet (ik ben vreselijk met namen) is omdat op weg naar boven hij door een aantal leerlingen wordt aangesproken en die krijgen allemaal antwoord op hun vraag. Arnold is een van de conciërges. Als ik rondloop na mijn gesprek met Ilja komt de ander conciërge naar me toe om te vragen of ze met iets kan helpen. Zij vertelt me dat het haar taak is om te zorgen dat mensen zich welkom voelen, vertelt over de sfeer (’t is een soort thuis) en dat leerlingen bij haar op de eerste plek komen.

De docentenkamer is duidelijk een plek waar mensen zich op hun gemak voelen en ook hier word ik aangesproken.

Ik praat met de TOA … (vanaf nu gaat het mis met de namen) en die vertelt me dat hij net buiten is geweest om waterdiertjes te vissen. Ook voor het onderzoeken van planten gaan ze naar buiten met hem. Dat hij de sfeer op school zo fijn vindt. Iedereen gaat fijn met elkaar/met iedereen om. Waarschijnlijk omdat ze zo klein begonnen zijn en ook dankzij de opzet van de school, zo rond die open ruimte in het midden.

Vervolgens komt ook Robert binnen, de docent in wiens klas (2de jaars) ik ’s middags over de bijen ga vertellen. We stemmen wat dingen af en ik hoor dat hij docent science is (biologie/natuurkunde/scheikunde) en dat de klas voor en na mijn komst werkt aan het planetenstelsel.

Als Ilja me ophaalt voor het gesprek besluiten we lekker in de zon te gaan zitten. Op weg daarheen komen we voorbij een groepje meisjes dat buiten zit te werken. Ze vragen Ilja (inderdaad met voornaam) of er misschien tonijnbroodjes mogen in de kantine. Ilja praat met ze over welke nadelen aan tonijnvangst zitten, dat je dat kan vermijden door iets meer te betalen en dat ze dat met …  kunnen bespreken, wel rekening houdend met het feit dat het tonijn/dolfijnvriendelijk moet zijn.

Ilja wil graag twee dingen van me weten. Waarom ik graag naar hun school wilde komen en waarom ik dat eigenlijk doe, dat bezoeken. Eigenlijk had ik daar maar een half antwoord op. De andere helft is intuïtie.

Waarom naar deze school?

In deze issue staat in grote lijnen het verhaal zoals Ilja het me vertelde. In deze aflevering van de balie kan je haar en een deel van de docenten/leerlingen/ouders aan het woord horen (min 15 ™ 30)

Sterk vind ik “Joep” (min 20) die de aanleiding was voor het bedenken van de ideale Hyperion-les.

En mijn uiteindelijk antwoord nu aan Ilja is: de school trekt me aan omdat het gaat de hele tijd gaat over “wat vinden wij samen goed onderwijs”. En docenten die dus de ruimte en het vertrouwen nemen/krijgen uit te zoeken wat “goed onderwijs” voor hen persoonlijk betekent. En op de een of andere manier sijpelde dat via Twitter bij me binnen.

En wat hoor ik nog tijdens het gesprek.

Dat leerlingen relatief veel tijd op een dag bij dezelfde docent doorbrengen. Dat je een verdiepingsverzoek mag indienen bij een soort van matchingsbureau dat jou vraag koppelt aan iemand die je kan helpen. Dat pesten meteen wordt besproken met ouders. Heel veel ja-zeggen. Niet de uren tellen, de docent doet het omdat hij/zij dat wil voor de leerlingen/zichzelf. En ook, vooraf (tijdens sollicitatie) heel helder bespreken wat allemaal kan in de school en ook wat dat betekent voor de uren die je aan het werk bent. Ik hoor ook een rector die knokt voor de financiering van de school. Dat de visie”samen durven leren” vorig jaar met docenten en ouders samen gemaakt is.

En ik krijg dus bevestigd wat ik in boekjes lees. Een schooldirectie die ondersteunend is aan het team. Die de vragen stelt: hoe gaat het, wat heb je nodig, kan ik je helpen.

We hebben het ook nog over essentieel leren, waarderend perspectief en de talententoolbox.  En dan zit de tijd erop.

En waarom ik dit doe? Ik verzamel positieve uitzonderingen, want ik verzamel moed. Ik weet dat we het faculteitsbreed moeten gaan hebben over “goed onderwijs” met elkaar. Dat dat over meer moet gaan dan alleen de inhoud en dat dat dialoog-tijd kost met elkaar. Tijd die we nu niet nemen. En voor ik durf om daar vol voor te gaan, wil ik met eigen ogen gezien hebben wat de uitkomst kan zijn voor de ontwikkeling van docenten en leerlingen.  En dat heb ik hier weer gevonden, net als in de innovatieklas.

Na mijn gesprek wandel ik rond. Eerst buiten. Daar zit een klas te werken aan Spaans. Ik klets met een jongen die al klaar is. Wat ik onthoud is dat die brugklasser me vertelt dat hij volgend jaar atheneum plus wil doen, of ik weet wat dat is, dat hij dan leert over grote denkers als Rousseau.

Binnen in de ruime hal zitten groepjes. Te computeren, te praten, te werken. Een jongen zit alleen, wiskunde-opgaves te maken. Ik vraag hem wat. Hij wil duidelijk (zonder onvriendelijk te zijn) gewoon doorwerken aan zijn sommen.

Ik loop langs de lokalen en kijk naar binnen. Dat kan overal. Veel deuren staan ook open. In alle groepen zijn de leerlingen actief bezig, in de helft ook nog dingen aan het maken. Er zit een groep iets te doen op hun laptops, een groep heeft net geschilderd, de groep van Robert maakt presentatieposters van het sterrenstelsel. De docenten zijn “deel van het geheel”

Terug in de klas bij Robert zorgt hij dat ik alles kan klaarzetten en gaat even eten. Ik blijf achter in het lokaal met 2 leerlingen die hun presentatie nog niet afhebben. Ze werken hard door en vertellen ondertussen dat ze op deze school hard moeten werken en het een fijne school vinden/veel leren.

Dan is het tijd voor mijn imkerquiz. Robert helpt me met de tijd in de gaten houden en met ervoor te zorgen dat ik geen vragen over het hoofd zie. Dat hadden we zo afgesproken.

Nadien ruim ik nog even op en zie dan wat er met de presentatieposters gaat gebeuren. 1 leerling blijft staan om te presenteren en de rest loopt rond om de andere groepjes te beoordelen op 5 aspecten. Leuk om even mee te luisteren hoe (serieus) ze dat doen. Dat punt telt mee in de beoordeling, een ander deel van de punten komt van de docent  zelf.

Een leerling komt nog even met me napraten. Hij geeft aan dat hij de foto’s en de vragen leuk vond. En wat hij waarschijnlijk gaat onthouden is hoe mooi dat allemaal geregeld is met die temperatuur en de taken van de bijen.

En dan is het tijd om weer naar Limburg te reizen. Met een tussenstop bij de HAS in den Bosch. Daar was ik vorige week mijn jas vergeten.

En onderweg bedenk ik dat ik benieuwd ben naar hoe ze verder gaan bouwen aan hun school, Samen durven leren.

 

 

 

 

 

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: