De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Inzicht nav een evaluatievergadering.

IMG_3592Wat heb ik een hekel aan de zin: “het moest van mijn baas”. Mijn overtuiging: Of je bent het er mee eens en je ondersteunt het besluit, of je doet niet mee.

Vorig jaar:

Met bloed, zweet en tranen (behalve het bloed letterlijk šŸ™‚ ) hebben we een moduleĀ gemaakt voor studieloopbaanbegeleiding/managementvaardigheden= persoonlijke professionele ontwikkeling.

In dat proces werd me gezegd dat ik het te goed wou doen, te ambitieus was. Moest leren dat er grenzen zijn. Grenzen die horen bij een onderwijsorganisatie.

Tijdens het proces werden besluiten genomen waar ik het niet mee eens was, werden keuzes gemaakt die ik liever niet had gemaakt.

Toch ligt er uiteindelijk een module waar ik tevreden over ben. Tevreden omdat, gezien het proces, het de best mogelijke module is die mijn collega’s en ik hadden kunnen verzinnenĀ binnen de context van toen.

Deze week, de evaluatie van deel 1.

We weten dat de collega’sĀ professionals zijn en een mening hebben. We hebben 45 minuten en 20 mensen. We willen ze de ruimte geven om hun verhaal te doen. Tegelijkertijd willen we graag feedback over 3 onderdelen: trainingsprogramma, opdrachten achteraf, de beoordeling. Daarnaast willen we het feedbackproces niet verstoren door “in de verdediging” te gaan.

We bedenken een formule waarbij de collega’s 1 van de drie onderwerpen kiezen en in een gesprek een flip-over jubel/klaagmuur vullen. Wat is er sterk, wat kan beter. Daarna hangen we de vellen op en mogen de collega’s nog aanvullingen doen op de andere vellen.

Aan het eind, toen ik met een beperkte groep de beoordeling op blackboard wou doornemen (en blackboard niet bereikbaar was) ontstond het gesprek dat ik had willen vermijden. Het gesprek over de gemaakte keuzes tijdens het ontwerp proces.

En ergens in dat gesprek ben ik niet respectvol naar een collega toe.

Dit weekend, waarom deed ik dat, wat speelde zich af onder de waterspiegel.

Het viel wel mee wat er gebeurde. Toch hoort het niet bij mij. En ik ga op zoek naar het waarom. Dit is wat ik vind:

  • Ik kan het eindproduct verdedigen, gezien het proces wat eraan vooraf ging. Ik ben het alleen nog steeds niet eens met de grenzen en voorwaarden die we gesteld kregen (veel wensen/eisen, weinig uren, er moet een punt komen). En omdat ik de woorden “het moest van de organisatie” niet over mijn lippen krijg, onprofessioneel vind, kom ik in zo’n gesprek klem te zitten.
  • Als dan een collega uitspreekt “eigenlijk zou je zo’n opdracht gewoon terug moeten geven” doet dat “auw”. Ik heb het zoveel keer overwogen, niet gedaan omdat ikĀ mijn collega’s/de organisatie niet wou laten zitten.
  • Ik ben ook boos op mezelf. Omdat ik er onvoldoende op heb vertrouwd, dat als ik het niet eens ben met bepaalde keuzes, dat er dan meerdere docenten zullen zijn die die dezelfde vragen zullen stellen. Ik zie dus collega’s “in mini” het proces overdoen waar ik al doorheen ben gegaan. Dat kost meer tijd/energie dan we (in die vergadering) hebben. Dat had ik zo graag willen voorkomen, het hen willen besparen.

Tja, als ik dan zo even rustig de tijd neem om te bekijken wat er zich bij mij “onder water” afspeelde.

Tja, dan kan ik mezelf wel vergeven. Maandag bespreek ik het wel even met die collega.

En de volgende keer in een ontwerpproces. Dan ga ik voor de “stem van de minderheid”-techniek. Wat heb ik nodig om met overtuiging mee te kunnen doen met het besluit. En als dat niet lukt. Stoppen. Niet uit lafheid, maar omdat dat wat bij mij speelt, nooit van mij alleen is. En het dus blijft terugkomen in allerlei vormen als je het niet oplost.

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

© 2018 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: