De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Gelezen: Professionele intuïtie.

IMG_1308Op de diploma-uitreiking ging het tijdens de toespraken ook over “het buikgevoel volgen”. Dat spoorde mij aan om een half uitgelezen boek dat hier thuis lag over Professionele intuïtie uit te lezen. Zodat ik in het komende schooljaar beter in staat ben om te benoemen en wellicht gebruik te maken van wat oefeningen die erin staan.

Wat ik handig vind is dat het boek een helder onderscheid maakt tussen expertintuïtie en creatieve intuïtie. Dat heb ik nog niet eerder zo helder naast elkaar gezien, met tips over hoe je elk onderdeel kan trainen.

Ik leg de grote lijnen vast van wat ik per soort wil onthouden. En begin met de overeenkomsten 🙂

Wat zijn de overeenkomsten? (pg 115)

Onverwachtse ingeving: beide vormen van intuïtie zijn gebaseerd op een directe, onverwachte, spontane inval of inzicht.

Geen logische onderbouwing: het proces dat leidt tot inzicht heeft (in eerste instantie) geen logische onderbouwing.

Beleving van de evidentie: het intuïtieve moment gaat gepaard met een sterk gevoel van zeker weten. In veel gevallen is die evidentiebeleving lichamelijk.

Expertintuïtie: intuïtie als patroonherkenning

Deze vorm van intuïtie ondersteunt je bij de ontwikkeling van professionele vaardigheden en competenties. Helpt je bij je activiteiten als professional.

Achter expertintuitie zit een patroonherkenningsproces. (pg 58)

Patroonherkenning Edward de Boer

Effectief ingezette intuïtie in managementsituaties is te herkennen aan 5 basisprincipes: probleemherkenning, actiegericht, integrale waarneming, vertrouwen op ervaring, inschattingsvermogen ( pg 66)

De belangrijkste manier om de expertintuitie actief in organisaties te versterken is door middel van opleiding, begeleiding en coaching. … Er zijn een aantal principes voor meestercoaches die leerlingen leren actief patroonherkenning en intuïtie te hanteren en toe te passen: Geef zorgvuldige instructie. Laat de ander leren van fouten en mentale modellen aanpassen. Denk hardop bij het voordoen. Laat de leerling instructie geven aan de coach. Verken alternatieve draaiboeken. Laat vaste voorschriften los. (pg 79/80)

Voor mij betekent dit alles kort samengevat:  Hoe meer je gezien en gedaan hebt in je vak. Hoe meer je achteraf gereflecteerd hebt over wat je deed. Hoe meer patroonherkenning ontstaat en hoe groter de kans op die zinvolle ingeving.

Creatieve intuïtie: de betekenisvolle ingeving

Deze vorm helpt bij vraagstukken rond innovatie, vernieuwing en probleemoplossing. Hangt samen met reflectie en beschouwing.

Intuïtie in creatieve processen hangt nauw samen met het proces van incubatie, het loslaten, het niet weten. (pg 83)

Verhelderend is het 6 stappenmodel van Wallas (pg 90 tm 99):

  • Probleemstelling: fase van nadenken, een analysefase, afwegen van perspectieven en aspecten van het vraagstuk
  • Impasse: het moment dat je vastloopt en het gewoon niet meer weet
  • Incubatie: fase waarin je bent gestopt met bewust nadenken en je je het onbewuste het proces laat overnemen. Je gaat dus je aandacht richten op iets helemaal anders. Het gaat om vertragen (een tijdje laten liggen) en loslaten (helpende activiteiten: slapen, dromen, bewegen, douchen) stilstaan in het proces.
  • Intimitatie (het aanvoelen) de ingeving in de pure oorspronkelijke vorm is vaak moeilijk in woorden te vatten: een beeld, een innerlijke stem of een soort van trilling/vibratie.
  • Illuminatie (inzicht): de fase van het daadwerkelijke concrete inzicht.
  • Verificatie en integratie: Klopt het, is het waar? Gevolgd door uitwerking en integratie.

En dit betekent voor mij dat hier de omgeving (bvba mag je stoppen met nadenken, activiteiten inbouwen die helpen loslaten etc) en het trainen in het herkennen van de fases en de activiteiten die daar bij horen, zorgen voor een grotere kans op een betekenisvolle ingeving.

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: