De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Gelezen: De corporate tribe

IMG_2797 (1)Mezelf cadeau gedaan dit boek. Gewoon hebberig :). Dat heb ik soms met boeken.

Hoe helpt het me om mijn mission statement in de wereld te zetten.

Deel 1: Ik verbind meer met mijn eigen kern.

We hebben je in het eerste deel een antropologische bril aangereikt en we hebben geprobeerd je te verleiden om net als wij te willen “leren van wat we al weten”. We weten eigenlijk allang hoe we moeten organiseren en veranderen, maar soms zijn we het even vergeten in onze betonnen kantoorkolossen. Je maakt kennis met het instrumentarium van antropologen: participerende observaties, wisseling van een emic (perspectief van binnenuit) naar een etic perspectief, interviewtechnieken. (pg 304)

Om het emic perspectief te ontdekken, hebben antropologen allerlei onderzoeksmethoden ontwikkeld. De bekendste hiervan is participerende observatie. Antropologen trekken naar verre, vreemde oorden, of naar corporate organisaties en doen zoveel mogelijk mee met de dagelijkse gang van zaken. De opdracht die jonge antropologen krijgen als ze voor het eerst in een vliegtuig stappen is dan ook vaak: ga heen en kom vooral heel terug en graag met een tas vol verhalen. (pg 67)

Twee dingen raken me.

  • Vind het verhaal (participatief observeren) is een instrument om onderzoek te doen.
  • Er zijn technieken om dat effectief te doen.

Ik leer:

  • Het is niet onderzoek wat me niet boeit, ik heb alleen geen echte klik met de methode van onderzoeken die wij hanteren in onze faculteit.
  • Bij een plek vinden in dit beroep/deze organisatie had het me geholpen om hun technieken van data verzamelen (pg 68) bewust te gebruiken. Nu heb ik veel op intuïtie gedaan.
  • Ik ben een verhalenzoeker.

Deel 2: Verdieping van “hoe geef je de cultuur/ruimte vorm met elkaar.

Mooie titel heeft deel 2, in de relaties gebeurt het.

Cultuur zit kort gezegd tussen mensen. En tussen mensen en dingen. Cultuur zit in de relaties die mensen hebben met elkaar, de ruimte, de tijd, concurrenten, leiders en klanten. Cultuur gaat over de betekenis die mensen toekennen aan die relaties. Bij een culturele mismatch wordt vaak opeens duidelijk dat we relaties anders beleven en verschillende waarden aan die relaties toekennen. Wanneer je zorgvuldig luistert naar wat zich afspeelt in de relaties, komt cultuur tevoorschijn; in verhalen, gedrag, verklaringen, gewoonten, objecten en rituelen. Om cultuur in kaart te brengen moeten we dus leren om naar de ruimte tussen mensen te kijken. (pg 86-87)

Waar kijk je dan naar, wat zoek je. Dit deel bespreekt:

  • Relaties binnen de eigen groep. Hoe regelen we het met elkaar?
  • Relaties met leiders en macht. Wie bepaalt wat er gebeurt?
  • Relaties met buitenstaanders: klanten en concurrenten. Hoe kijken we naar anderen?
  • Relaties met tijd, ruimte en de kosmos. Wat als woorden tekort schieten?
  • Relaties in beweging. Hoe onderhouden en beheren we relaties?

Ik hou van verhalen. Ook in dit hoofdstuk worden verhalen/het weten van ver weg verbonden met organisaties hier. (vb het nieuwe werken en nomaden).

De verhalen blijven hangen, verdiepen daarmee mijn inzicht in “hoe geef je cultuur vorm met elkaar” en vergroot mijn “keuzemogelijkheden”

Deel 3: Meer inzicht in mijn eigen voorkeuren.

In het derde en laatste deel hebben we onze ideeën over cultuurverandering met je gedeeld. Via de metafoor van de totempaal legden we in 8 verhalen ons totemmodel van de 5 typen cultuurtransities aan je voor. Het is immers wijs om het brede begrip “cultuurverandering” nauwkeuriger te specificeren. Want cultuurverandering is in zichzelf al lastig genoeg. We hebben vijf typen cultuurinterventie besproken: Cultuurcreatie: gezamenlijkheid creëren; Culturele continuïteit: het goede bestendigen; Culturele heroriëntatie; terug naar de bedoeling; Culturele healing: genezen en gezond maken; Culturele transformatie: als het echt anders moet.

Helemaal aan het eind van het boek (blz 307) staat hun model: Model van de vijf typen cultuurtransities, het totemmodel van Braun en Kramer. Per cultuurtransitietype bespreken ze:

  • Beeld – Wat is de roep vanuit de organisatie.
  • Totempaalmetafoor – Welke is van toepassing: Hoe bouw je een totempaal, zijn we er trots op, zijn we hem kwijt, is hij stuk of willen we een nieuwe.
  • Veranderfocus – Het veranderverhaal, de reden waarom je op reis gaat
  • Verhalen als verandertool – Het soort verhalen die passen bij de interventie
  • Rituelen en magie als verandertool – Versnellers van cultuurverandering. Welke rituelen kunnen (zorgvuldig gekozen en uitgevoerd) helpend zijn bij deze interventie.
  • Rol van de leider- Wat doet en laat de leider in deze fase.
  • Cultuurdiagnose – Welke vragen zijn helpend bij het stellen van de diagnose bij deze interventie.
  • Acties en verandertools – Inspiratie over wat je kan doen bij dit type interventie.
  • Te managen emotie – Gevoel, sfeer, overheersende emotie van medewerkers die je als veranderaar/ leider te onderkennen en te managen hebt.

Verhelderend om niet alle verandering op een grote hoop te gooien, om onderscheid te maken in 5 typen.

Ontstaansmythes, zingevingsverhalen zijn mijn favoriete soort verhalen. Ze blijken te passen bij de culturele heroriëntatie. De “Terug naar de bedoeling” transitie. Daar en in culturele transformatie “als het echt anders moet”. Daar zit mijn persoonlijke energie en sterkte. Mijn persoonlijke voorkeur dus.

Voor mij was het de moeite van het lezen dus waard. Je mag het lenen. Of ben ook jij hebberig als het om mooie boeken gaat? 🙂

PS Hier hoor je de schrijfster aan het woord over hun boek.

 

 

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: