De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Being a critical colleague -friend, het vraagt alleen maar tijd en openheid.

Docenten zouden meer moeten samenwerken om onderwijs te verbeteren wordt vaak geroepen. Ook door mij 🙂 En tijd wordt dan vaak gebruikt als argument om het niet te doen. Ik wil proberen aan de hand van een voorbeeld van gister vast te leggen wat er kan gebeuren als je tijd maakt voor de ander. Als je open staat/ bewust bent van waar de ander goed in is. En ook vastleggen wat er in dit geval allemaal “nodig was” om het te laten gebeuren.

Dat ik het herken/kan benoemen komt mede door het lezen van hoofdstuk: Teachers trusting Teachers 

En als het voor jou leest als: “waar heeft ze het over, dat is toch normaal allemaal”. Realiseer je dan dat weinig van uren die nodig waren om dit vertrouwen op te bouwen gefaciliteerd (lees betaald) werden. Het jammere daaraan is dan dat je het als onderwijsorganisatie aan het toeval overlaat dat het gebeurt.

En als het dan gebeurt, de energie die ik hier van krijg… daar kan ik een poosje mee vooruit 🙂

De situatie

Een collega van me gaat 1 dag over Integrated Reporting verzorgen voor accountancy studenten van een buitenlandse Universiteit. Hij heeft zich daar goed op voorbereid & heeft de toets/powerpointpresentatie klaar. En wil graag dat ik, als inhoudsdeskundige, even meekijk. En tegelijkertijd even kijk of het genoeg/teveel is voor die dag.

Hij is de enige docent met wie ik al vaker samen onderwijs hebt ontworpen en uitgevoerd. We hebben al samen nieuwe dingen uitgeprobeerd met het risico “op de bek te gaan” voor relatief grote groepen studenten., wetende dat we op elkaar konden rekenen. We zitten samen in een intervisiegroep. En hij heeft al op menig moment tussendoor tijd gemaakt als ik het moeilijk had.

We weten dus van elkaar waar we anders zijn. Waar de sterktes van de ander liggen. En hebben al geleerd dat daar waar het schuurt (lees irriteert) het leren van elkaar begint.

Hij stuurt me de toets en de presentatie vooraf toe. We hebben anderhalf uur vrijgemaakt om er samen naar te kijken.

Mijn primaire reactie bij het voorbereiden

  • Waauw, wat een mooie leervragen!
  • Wat heeft hij mooie afbeeldingen/verbanden/slides/oefeningen rond het onderwerp gevonden/gekozen.
  • Waar is de rode lijn in de stukken.
  • Een pittige toets voor mensen die er nog nooit van gehoord hebben.

Ik heb twee keuzes.

  • Ik stel hem gerust. Ja, de inhoud is goed. Ja, dat lukt wel met de tijd. En dan lieg ik echt niet.
  • Of ik haal eruit dat wat ik weet dat er ook nog in zit (trouwens helemaal precies weet ik niet wat dat is 🙂 ). Maar dan riskeer ik wel hem uit zijn evenwicht te brengen, een week voordat hij gaat.

Omdat het belangrijk voor hem is besluit ik erop te vertrouwen dat hij weet dat alles wat ik doe bedoeld is om hem te helpen “het goed te doen” en kies voor de 2de. Ik vertrek naar de meeting met 1 vraag: Vertel me de rode draad?

Wat hebben we gedaan.

En dus zeg ik dat het inhoudelijk wel goed zit, dat het zeker genoeg is en dat ik het eigenlijk ergens anders over wil hebben. En hij laat me. Dat klinkt makkelijk. Maar daar is openheid/vertrouwen voor nodig van de kant van mijn collega.

In essentie stel ik hem uiteindelijk deze vragen.

  • Waar behandel je welke vraag.
  • Hoe doe je dat, ik wil het proces kunnen tekenen.
  • Wat is de link tussen dagdeel 1 en dagdeel 2.
  • Waar oefenen ze met wat ze moeten laten zien op de toets.

Wat leverde het op:

Product.

Het wordt een product waarbij in dagdeel 1 de veronderstelling dat MVO meetbaar en manege-baar is wordt onderzocht (ahv ISO 26000). Om dan wellicht samen tot de conclusie te komen dat je niet handig is om mvo-akties in het wilde weg te kiezen. Dat het veel sterker/geloofwaardiger is als het past bij de strategie van je organisatie, bij wie je bent als bedrijf, bij wat je stakeholders belangrijk vinden.

Om dan in het tweede deel te onderzoeken hoe bedrijven waarde toevoegen (strategie). Hoe het bredere waardecreatie-begrip de behoefte deed ontstaan aan een andere vorm van verslagleggen: Integrated Reporting. Met als hopelijk waaauw moment de vergelijking tussen een jaarverslag oude stijl van een franse bank en een prachtig voorbeeld van integrated reporting van een Zuid-Afrikaanse bank. Om vervolgens gebruik te maken van dat waauw-gevoel om nog even de verdieping te maken. Wat maakt dit nou zo anders (de principes)

Voor mijzelf: ik heb inhoudelijk geleerd over integrated reporting.

Voor de collega: helderheid over de ontbrekende stukjes in de rode (leer)lijn

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: