De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Wat heb ik een broertje dood aan: “de docent legt duidelijk uit”

Of eigenlijk aan “de docent legt niet duidelijk uit” op de student-evaluaties. Ik heb er vooral moeite mee als dat gepaard gaat met een goeie score bij “er is voldoende ruimte om vragen” te stellen. Het overkwam mij een half jaar geleden en een mede-docent deze week. Deze blogpost:

  • omdat ik niet wil dat deze mede-docent overkomt wat mij daarna overkwam: kritische vragen bij de evaluatie en de weging van de vragen.
  • ter ondersteuning van alle zoekenden, over de weg naar de door mij gedroomde lessen. ’t Is namelijk gelukt de afgelopen 4 weken.

Kritisch

De student krijgt 6 vragen over de docent voorgeschoteld. Daarbij scoor ik consequent het laagste op “legt duidelijk uit”. Vind ik niet erg. Omwille van mijn visie over onderwijs vind ik de mening over motiverende houding, stimuleren actieve bijdrage en de mogelijkheid tot vragen stellen belangrijker. Nav gesprekken merk ik trouwens dat er nogal wat verschillen van mening zijn over het “gewicht” van de verschillende vragen. Terug naar de slechte score op “legt duidelijk uit”. In dit specifieke geval wist ik al lang voor die slechte evaluatie kwam, dat het met deze groep niet lukte. En ik heb nog gezocht naar nieuwe wegen. Ellende, te weinig ervaring (3jaar), de schakeltijd was te kort. Echt niet fijn! En dan is ie daar, na een periode waarin je een extra inspanning levert omdat je zoekt, een superbelabberde beoordeling. Het bracht me gigantisch uit balans. Ik leerde dat dat komt omdat het raakt aan mijn belangrijkste energiebron: het zien van het leren/groeien van studenten en hun waardering.

Ik vond het ook oneerlijk! Dat dat invullen van “de docent legt niet goed uit” zo makkelijk is. Lekker achterovergeleund met je voeten op tafel kan zo’n uitspraak worden gedaan. Wat met gedeelde verantwoordelijkheid?

  • Als jij als student de eerste twee weken bij BE3 het geheime recept niet volgt, (voorbereiden/begrijpen in les/oefenen) begrijp je van de overige 5 weken nog maar erg weinig. Hoe goed ik het ook uitleg.
  • Werd tijdens de periode feedback gegeven zoals besproken bij MGTV, inclusief wat wel zou werken.
  • Zijn in de ruimte om vragen te stellen alle aangeleerde technieken toegepast tot je het antwoord had dat je nodig had.
  • En in het geval van mijn collega: wat verwacht je van iemand die recht uit het bedrijfsleven komt. ’t Is een vak waar je moeilijk docenten voor krijgt. Heeft iemand zich al eens afgevraagd waarom?
Ik had gelukkig eerdere goeie beoordelingen. Dus wisten mijn leidinggevenden en ik dat het bij een volgende groep waarschijnlijk wel weer goed kwam. Dat was ook zo. Maar dat weet deze andere docent nog niet. Wie staat er op en gaat deze docent, die on the job een nieuw vak moet leren, net dat aanbieden wat hem/haar een stap verder brengt. Wie gaat een compliment geven omdat hij/zij iets kleins nieuws probeert. Wie gaat met hem/haar de kleine successen vieren op weg naar het doel. Wie omschrijft voor hem/haar het doel. Wij collega’s proberen het wel. Omdat we daarin niet gefaciliteerd worden met tijd, is die er soms domweg niet. Op zo’n moment kan ik erg boos zijn op de budgetten die opgaan aan ondersteunende diensten die deze beginnende docent niet ondersteunen.
De weg
Einde van het kritische deel. Ik heb ervan geleerd waar mijn kwetsbare plek zit. Ik ben NIET op zoek gegaan naar “legt duidelijk uit” En ben verdergegaan met mijn speurtocht naar de les die voelt als een feestje. Ik heb een beeld bedacht, jammer genoeg nog in woorden, voor BE (P) binnen de gestelde kaders van tijd en geld:
  • Als ik praat is, wil ik dat er geluisterd wordt omdat het een goed verhaal is. Ik wil daarbij dezelfde “flow” ervaren als soms tijdens het verhalen vertellen.
  • Bij het maken van opgaven gaan studenten samen aan de slag, durven fouten maken, leren van elkaar, leren van de projectie van de uitwerking, van de klassikale behandeling van de knelpunten.
  • Ik wil tijd om te kijken naar de student en gericht iets aan te bieden: over leerstof, werkwijze, leerhouding.

Toen kon ik gerichter zoeken naar hulp.

De beste hulp “praten” vond ik in het boek Verbaal Meesterschap en tijdens de vertelworkshop met Mirjam Mare. Ik heb niet de inhoud van het verhaal veranderd, maar het begin en het einde. De eerste 10 minuten van de les brengen nu structuur aan in de les. Het feit dat ik er al ben als studenten komen en er nog ben als ze gaan, brengt rust. Ik richt het lokaal zo in dat ik iedere student kan bereiken en op de goeie plek sta om mijn verhaal te doen. En het werkt! (voor mensen die het boek ook lazen. Volgens mij ben ik een video en voeg ik hiermee een frequentie toe)

Over dat samenwerken enz. Ik geef inmiddels gewoon aan dat ik dat wil en waarom. En leer steeds beter studenten oprecht te bedanken voor een vraag. Een compliment te geven omdat ze durven door te vragen tot ze het begrijpen. Ik heb vooral afgeleerd om te verkrampen bij een vraag waarop ik het antwoord niet weet. Ik zie het inmiddels echt als een kans om samen te leren.
Hier pas ik dingen toe die ik leerde in de docentencursus 2 jaar geleden en wat ik las in meerdere boeken over geweldloos communiceren 3 jaar geleden.

En ik kan het nog steeds niet geloven, maar ik heb inmiddels tijd om tijdens anderhalf uur les iedere student (16) minstens 1 keer persoonlijk aan te spreken.

Tijd om samen met een student even “blij zijn” omdat een student die zelden kwam en nooit wat deed, voorbereid naar de les komt, en op een gegeven moment druk bezig is de twee studenten naast hem wat uit te leggen. Niet een keer maar al een paar keer.
Tijd om het soort vragen dat ik vroeger nooit kreeg te beantwoorden.
Tijd om samen te constateren dat de les voorbij is gevlogen.
Tijd om te luisteren naar tips in de les en via deze blog over wat ik nog kan bijdragen.

En is na een lastige periode het lesgeven echt een feestje geworden. Niet dankzij maar ondanks de evaluaties.

En toch nog even kritisch: als je nu denkt, wat zou het fijn zijn als alle docenten dit leer-gedrag zouden vertonen. Think again. Ik ben de gek die 700 uur van mijn 1.000 uur (60% aanstelling) in de eerste twee kwartalen gewerkt heeft. Die de vrije tijd die dat nu oplevert vult door tussen de 10 en dertig uur per week te spenderen aan mijn eigen leren. (ongeveer 300 waarvan 35 betaald). Ik weet waarom ik het doe, de frustratie hierover zit in een doosje, maar tel aub minstens tot 100 voor je dit van iemand vraagt.

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: