De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Waar zit de kramp bij invoering #mvo onderwijs

GeknotNa 5 jaar samen met 2 collega’s mijn best te hebben gedaan maatschappelijk verantwoord ondernemen in het curriculum te krijgen (wat ten dele gelukt is) denk ik een aantal “onderstroom”-elementen te kunnen benoemen.  Ik werk graag oplossingsgericht. Toch denk ik dat het goed is de kramp te benoemen. Voor wat het waard is:

Authenticiteit:

Van reactief naar transformatief

Studenten voelen haarfijn aan wanneer de docent als mens en de fase (uit Ondernemen in transitie) die wordt gedoceerd niet overeenstemmen. Bovendien bevindt de student zich ook in 1 van die fases. Die studentfase verschilt wellicht van die van de bijeenkomst/docent. Doceren over fase 4 heeft dan ook nog vaak als neveneffect dat het handelen van de eigen opleiding ter discussie wordt gesteld.

Omgaan met de weerstand die dit oproept is niet eenvoudig. Omdat ik het verschil in golflengte niet herkende/kon benoemen ben ik in menig gesprek over het verkeerde onderwerp verwikkeld geweest.

Het gevolg voor het invoeren van MVO-lessen in bestaande vakken:

  • dit risico wordt genomen door docenten die de urgency van dit onderwerp onderschrijven
  • dat risico wordt genomen door docenten die het fijn vinden om met studenten in dialoog te gaan over dilemma’s en verschillende perspectieven (vs goed of fout)
  • het risico wordt vermeden, andere inhoud krijgt voorrang

Het primaire proces is niet georganiseerd voor prototyping

Er zijn een paar plekken in het curriculum waar “gespeeld” kan worden. Daar wordt niet scherp door accreditatie/toets-eisen/curriculumcommissie naar gekeken. Je kan je voorstellen dat die ruimte zeer beperkt is.

Het primaire proces is star georganiseerd. Een half jaar vantevoren wordt per bijeenkomst vastgelegd wat je gaat doen. Dat stem je met alle docenten die dat vak gaan geven met elkaar af. Veranderen van de inhoud mag alleen als je er niets anders uithaalt of als je vooraf de curriculumcommissie hebt geconsulteerd. De toetsvorm veranderen is niet eenvoudig omdat ook daar veel voorwaarden aan zitten (die ik niet ken voor nieuwe vormen en wel voor de huidige vorm), waar ik trouwens wel een toetscommissie voor kan raadplegen.

We worden gefaciliteerd om lessen voor te bereiden. In die gefaciliteerde tijd lukt het om blackboard in orde te maken, schoonheidsfouten in een bijeenkomst eruit te halen. Wil je echt nieuwe inhoud in een nieuwe werkvorm doen, dan kost dat tijd die niet gefaciliteerd wordt.

Als je het op tijd bedenkt, nu dus ongeveer, dan kan je facilitering regelen. Budgetaanvragen en ZIP lopen nu. En volgend jaar maart nog een keer.

Nu zijn wij docenten heel intensief bezig met het nu van het onderwijs. Zorgen dat de lessen gegeven worden, de studenten op begeleiding kunnen rekenen, de tentamens worden nagekeken. De kwaliteit van het onderwijs wordt bepaald door wat wij “in het nu” doen.

Het gevolg voor het invoeren van MVO-lessen in bestaande vakken:

  • gebeurt in eigen tijd van de docent, door hele betrokken docenten op dit onderwerp. Dat zijn vaak docenten die gaan voor andere waardecreatie voor zichzelf dan geld. (= deskundigheidsbevordering en/of bijdrage aan de maatschappij)
  • docenten vullen het mooi in als plek in curriculum is vrijgemaakt en het ontwerpen van de les in uren wordt gefaciliteerd.
  • gebeurt niet omdat de tijd ontbreekt om alle obstakels te tackelen (gesprek met mededocenten over belang, zoeken van geschikte inhoud, gesprek met curriculumcommissie over wat er dan uitgaat/inkomt, gesprek over de uren).

Angst wint het van het gevoel van urgentie.

Als je de urgentie en de behoefte aan een economie in een fase 4 voelt. Als je begint te overzien wat de consequenties daarvan zijn voor huidige organisaties. Dan slaat de angst toe.

Want in essentie ga je studenten vertellen:

  • dat veel van wat ze zien, de organisaties zoals die er nu zijn, aan grondige verbouwing toe zijn.
  • dat je een paar concepten en perspectieven kan aanreiken waarmee het wellicht kan worden gedaan.
  • dat je niet kan zeggen hoe dat dat in de praktijk moet gaan, dat je het niet weet
  • dat de tijd dringt
  • je ze gaat vragen om de oplossingen voor de praktijk te co-creëren.
  • en wat als je fout zit met die visie en het allemaal wel meevalt.

Dat is een grondige rol-verandering in het onderwijs. De traditionele docent-identiteit hangt samen met het feit dat wij de antwoorden kennen.

Mijn persoonlijke keuze en het begrip

Persoonlijk kies ik ervoor om het te gaan leren: Om met studenten de oplossingen voor de toekomst te  co-creëren  Misschien dat deze post van vorige week verbindingen oplevert die helpen. Of ik vind andere wegen. Samen met studenten of collega’s.

Dat ik daarvoor kies heeft te maken met de visie waarmee ik in het onderwijs ben gestapt. Gezien het bovenstaande begrijp ik echt waarom niet iedere docent meedoet.

Modern teacher

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: