De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Twee ontwikkeltrajecten, de verschillen.

twee trajectenDit jaar deed ik mee met twee ontwikkeltrajecten:

De drie dagen “module maatschappelijk verantwoordelijk handelen”
En het opnieuw inrichten van een heel semesterblok.

Het eerste zie ik als een schoolvoorbeeld van hoe ik het graag heb.
Het tweede als iets dat ik ga vermijden in de toekomst.

Waar zitten voor mij de verschillen? Ik ga het met jullie delen om 2 redenen. Wie weet kan ervan geleerd worden voor volgende trajecten. En het helpt om mijn toekomstige keuzes beter te begrijpen.

Mijn drijfveren.

Wanneer raak je mijn drijfveren:

  • Of je laat me iets doen met leren richting een duurzame samenleving
  • Of je laat me werken aan onderwijsvernieuwing, liefst richting co-creatie met studenten

Project 1 ging over maatschappelijk verantwoordelijk handelen, bevatte co-creatie met werkveld, andere docent en ook studenten (vooraf en tijdens de module). Deze had dus de door mij gewenste impact: al ontwerpend en uitvoerend leren over duurzame economie/samenleven. Terwijl iedereen zich ontwikkelt (student/werkveld/docent) tijdens het traject.

Project 2 gaat veelal over het her-organiseren, verbeteren van onderwijs. Het blijkt last te hebben van de:

Creadox (de paradox van de creativiteit): Je wilt iets nieuws, je bedenkt nieuwe ideeën maar kiest (veelal) voor het oude.

Feedback-lussen

Ik hou van snelle feedbacklussen. Bedenken, uitvoeren, feedback verwerken.

Project 1 was binnen 3 maanden bedacht, uitgevoerd, in de uitvoering nog aangepast aan feedback van studenten en geëvalueerd.

Project 2 loopt langdurig. De eerste feedback van studenten komt dik een jaar na aanvang van het project.

Eigenaarschap

Ik hou ervan om kaders te krijgen en dan ju, zelfstandig/verantwoordelijk tot en met de uitvoering.

Project 1 had duidelijke kaders. En daarna heeft niemand zich er meer mee bemoeid tot na de uitvoering, de evaluatie. Wat we bedachten hebben we uitgevoerd. Ik voelde me dus heel erg mede-eigenaar van dat project, verantwoordelijk.

Project 2 kent mee-kijkers, afstemmingsbehoeftes en kaders die worden toegevoegd tijdens het proces. Dat maakt dat er besluiten worden genomen die direct mijn deel beïnvloeden en waar ik mee te dealen heb. Dat kan. De consequentie is dat ik me met ieder van die besluiten minder eigenaar voel. Bovendien zijn afstemmingen lastig te organiseren en daarmee soms ook niet tijdig.

Ik blijk het minder erg te vinden om op mijn snufferd te gaan voor veel studenten met iets waar ik echt in geloof dan verantwoordelijk te zijn voor iets waar ik het eigenlijk niet helemaal mee eens ben.

Het beste van mezelf

Ik krijg er energie van als ik een groep “het beste wat ik nu kan” kan geven

Project 1: Daar lukte dat. Dat wat ik kon op dat moment, heb ik daar laten zien/gegeven. In het ontwerpproces en in de uitvoering. Ik voelde me competent en opereerde rondom de rand van mijn comfortzone.

Project 2: Tijdsgebrek zorgt ervoor dat ik dingen moet afwerken in het ontwerpproces op een manier die niet bij me past. Ik kan het beter. Ik zal natuurlijk helder communiceren waar we stoppen en waar het volgend jaar door anderen verder kan worden opgepakt. Toch hou ik daar niet van. Laat staan dat ik de tijd vind om te onderzoeken wat er buiten mijn comfortzone mogelijk is.

Tijd

Kwaliteit leveren in gefaciliteerde tijd.

Project 1:

  • We zijn met twee docenten net zoveel uren gefaciliteerd als we aan onderwijs hebben gegeven. Een ratio van 1 op 2 dus. (in kader van deskundigheidsbevordering)
  • Tijd kon goed gemanaged worden omdat er geen “invloeden van buitenaf” waren.
  • Drie opeenvolgende dagen vraagt minder voorbereiding dan losse lessen. Ben er nog niet helemaal achter waarom dat is.
  • Ik had de ruimte in mijn rooster om aaneengesloten voor te bereiden.
  • In dit project heb ik ongeveer 10 uur eigen tijd (op 40 uur gefaciliteerd) geïnvesteerd. Omwille van de voorgaande punten.

Project 2:

  • Vooraf was voor mij niet te overzien of we het project konden halen binnen de gefaciliteerde uren.
  • Ik heb een spuughekel aan het tussentijds handje ophouden voor extra uren en hopen dat ze toegekend worden. Ik voel me dan tekortschieten.
  • De “invloeden van buitenaf” zorgen voor aanpassingen die ik niet voorzien had.
  • Het kost ook tijd om steeds weer aan te geven dat sommige onderwerpen niet aan bod kunnen komen omdat de gefaciliteerde tijd volgend jaar onvoldoende is daarvoor (met name in het “soft skillls” deel)
  • Tijd was ook nodig om cultuurverschillen en verschillen van inzicht over hoe te ontwerpen/les te geven te bespreken.
  • Een semestervoorbereiding vraagt meer “uniform papierwerk”
  • Geen tijd in het rooster om er aaneengesloten aan te kunnen werken zorgt voor tijdverlies.
  • De vrees bestaat bij mij dat vanaf een zeker moment dit “tijdverlies” in eigen tijd opgelost moet worden. En omwille van de voorgaande aspecten heb ik dat eigenlijk voor dit project niet over.

Schijnbare tegenstelling

Mijn on-evenwicht van de afgelopen tijd, inclusief gemopper in voorgaande blogs over overschrijding van de werktijd, oa door project 2, is eigenlijk ook het gevolg van het negeren van die andere aspecten.

En zo kan het dat ik in een week tijd uithaal naar de organisatie over teveel uren, vraag om hulp en… een afspraak maak om in eigen tijd naar het Congres Accountants en Financials in de nieuwe economie te gaan. Omdat het congres:

  • aansluit bij mijn drijfveren: leren voor een duurzame samenleving en met inbreng van studenten.
  • ik kan aansluiten bij mensen met dezelfde drijfveren als ik, wellicht kunne we in de toekomst zaken samen gaan doen
  • ik hoef niets, alleen maar te kijken/luisteren naar wat er al is

Ik leer het nog wel een keer, de energie volgen…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: