De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Een verzoek aan de curriculumcommissie: Een begin maken met “Talent in onderwijs”

Even ter inleiding. Bij onze opleiding ligt per blok, per vak ligt vast wat de leerdoelen/-inhouden zijn. Als je die wil veranderen als docent moet je daarvoor toestemming vragen aan de curriculumcommissie. Dat ga ik bij deze doen voor de module Samenwerken, liefst in combinatie met SLB voor het verkorte propedeuse-traject.

Beste curriculumcommissie,

Ik zou graag aan de hand van de “Ik kies voor mijn talent – toolbox” de module Samenwerken aanpassen. En indien mogelijk daaraan gekoppeld ook de SLB- leerlijn van de propedeuse.

Waarom:

Omdat ik dit graag wil (alle citaten komen uit het begeleidende boekje bij de toolbox)

Het is een zoektocht naar een krachtige leeromgeving die jongeren echt aanspreekt op hun talenten en hen uitdaagt om competenties te ontwikkelen die hun talent in actie brengen. Kortom: de leeromgeving slaagt erin jongeren duurzaam uit zichzelf te laten leren.

Omdat ik in de feedback op de module las dat studenten het meest tevreden zijn over een samenkomst als ze iets over zichzelf en/of hun rol in de samenwerking geleerd hebben. Dat wil ik hiermee versterken.

Omdat ik graag wil uitproberen of dit de insteek zou kunnen zijn voor een gemeenschappelijke propedeuse.

Omdat ik graag wil dat studenten die tijdens de propedeuse bij ons vertrekken het idee hebben dat het de moeite waard was om bij ons te zijn. Omdat ze geleerd hebben waarom deze opleiding/dit beroep voor hen niet geschikt is en ze zicht hebben op wat dan wel beter zou passen.

Wat wordt het verschil:

De uitkomst van iedere samenkomst (7) van 1,5 uur wordt dat ze beter zicht hebben op hun talent, de context en/of de hefboomvaardigheden. Onderdeel van de samenkomst kan zijn dat we eerst een vaardigheid oefenen. Voorbeeld daarvan: we doen een talenteninterview met elkaar en leren eerst iets over vragen stellen & luisteren.

En ik zou SLB dan ook graag zien als een aanvulling hierop. Vastleggen in een portfolio wat je over jezelf leerde en met talentgesprekken in een continu proces output verbinden met talent.

Wat is de aansluiting met competentiemanagement (deze aanvulling omwille van :

Het is erg eenvoudig om te achterhalen of een competentie (gedrag + context) ook tegelijk een talent in actie is (talent+gedrag+context) Het volstaat om bij elke competentie waar je hoog op scoort 2 vragen te stellen:

  1. Gaat het vanzelf?
  2. Haal ik er energie en voldoening uit?

Antwoord je positief op deze vragen, dan gaat het niet alleen om een competentie, maar ook om een talent. Antwoord je negatief, dan gaat het louter om een competentie. Dit onderscheid is erg belangrijk in het kader van loopbaanontwikkeling en carrièrekeuzes. Voor je het weet word je gepromoveerd omwille van competenties die geen talent zijn. En daar wordt je niet gelukkig van.

Wat heb ik nodig:

Aanmoediging. Ja, dit is een richting die we willen onderzoeken, ga je gang.

Tijd. Dit ontwikkelen kost tijd.

  • Nu kan je die alleen aan mij geven. En dan krijg je een goed product.
  • Geef je andere docenten de ruimte om dit samen met mij te ontwikkelen. Dan krijg je een evenwichtiger product en meer draagvlak voor het later uitrollen op andere plekken.
  • Helemaal gaaf zou ik het vinden om het ook samen met studenten te ontwikkelen. Liefst met diegenen die net de “oude module” hebben gehad. Uitzoeken hoe dat zou kunnen en het regelen kost ook extra tijd. Het mooie eraan is wel dat je niet (gefundeerd) hoeft te gokken wat de studenten aanspreekt. Je vraagt het ze gewoon. Voor met name studenten met “leidinggeven”-ambitie is dit iets waar zij ook iets extra’s kunnen leren.

Zo, er is zoveel wat ik nog zou kunnen opschrijven. Ik wacht gewoon eens op vragen…

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: