De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Curriculum: naar inclusieve en waardecreërende (business) models

verbonden paddestoelenUnited4education. Het heeft me doen stilstaan. Doen nadenken over wat ik belangrijk genoeg vind om meerdere keren naar het midden des lands te reizen en over een langere periode tijd te investeren. Doen nadenken over hoe graag ik wil dat onderwijs kantelt.

De uitkomst. Als het zo is dat  “the world becomes what you teach” (Zoe Weil). Dan wil ik leerlingen/studenten helpen met leren hoe dat kan gaan: organiseren/ondernemen met een inclusief en (meervoudig) waardecreërend business model.

Of heel kort door de bocht: Hoe organiseren/ondernemen we zodanig dat iedereen kan meedoen en de uitkomsten waarden-vol zijn voor de wereld.

Welk transitiepad is dat?

Het proces dat ik daarvoor doorliep

Wat deed me aarzelen:

Het probleem van mijn verbinding begint met het woord kantelen. Omdat je daarmee lijkt te veroordelen wat er is. Ik ben er namelijk van overtuigd dat we het met z’n allen moeten doen. En daar horen dus de huidige mensen in het onderwijs bij. Het gevolg van veroordelen is vaak dat er energie gaat zitten in het optrekken van de verdediging. Energie die je liever ziet gaan naar “goed onderwijs”.

Vandaag verscheen er een blog van Hartger Wassink die precies verwoordt waarom ik me van het woord niet te veel moet aantrekken. Ook verder een mooie verwoording van wat ik voel/denk.

Wat maakte dat ik toch bleef nadenken over deelname:

De mensen die zich verbonden hebben aan dit initiatief. Ik “ken” een aantal ervan via social media, heb ze ontmoet in diverse gremia. Mensen met een passie voor goed onderwijs, voor verbinding van wat er al is.

De toevoeging van het transitiepad: curriculum. Ik citeer Dick van de Wateren:

In de discussies mis ik een belangrijk element, namelijk het doel van het onderwijs, het waartoe.
Ik denk op het moment met een aantal mensen intensief na over een nieuw curriculum, uitgaande van principes die door o.a. Gert Biesta zijn ontwikkeld. Wat mij betreft zou zo’n curriculum niet een rigide, centraal opgelegd en gedetailleerd programma moeten zijn, maar wel een soort filosofisch kader met belangrijke uitgangspunten waar iedereen achter kan staan. Ik denk een beetje in de richting van het Schotse Curriculum for Excellence, dat scholen en docenten veel vrijheid laat om hun eigen programma te ontwikkelen. Je kunt ook denken aan zoiets als ‘Big History’, waarin alle huidige schoolvakken een plaats kunnen krijgen in een alles omvattend multidisciplinair programma.
Als er meer mensen zijn die daar in het kader van U4E over willen nadenken, zouden we nieuw transitiepad Curriculum kunnen opzetten.

Waar sluiten de transitiepaden aan bij mijn passie. 

Ik heb met elk van de overige transitiepaden wel wat, heb ze in de afgelopen jaren allemaal wel een (piepklein) stukje opgelopen 🙂

  1. De leerling (of het leren zelf) staat centraal en niet het systeem.
  2. Andere wijzen van toetsen en verantwoorden, passend bij beoogd doel en kwaliteitsniveau.
  3. Leren altijd en overal en niet alleen op scholen. Technologie die niet leidend is, maar ondersteunend aan het leren zelf.
  4. De leraar als professional in zijn/haar kracht.
  5. Zinvolle verbindingen: o.a. verbinding school-ouders-leerlingen, leraar en leerling als partners, enz.
  6. Innovatie door verbinding met andere sectoren.
  7. Alternatief schoolontwerp: een innovatieve organisatie die het leren, de leerling en de leraar ondersteunt. Hieronder vallen: democratische scholen, managementloze scholen, alternatieve vormen van toezicht en bestuur, enz.
  8. Zin in toezicht

En toch raakt niet 1 individueel transitiepad dat waar ik echt heel graag wil bijdragen.

  • We bereiden onze leerlingen voor op een wereld die snel verandert lees ik. Waarheen verandert die wereld dan? Hebben we in het onderwijs invloed op die richting en snelheid?
  • Ikzelf wil graag dat ie verandert in de richting van een “volhoudbare” wereld. Dan praten we over circulaire economie, inclusie & diversiteit, waardecreatie enz.

Trouwens even tussendoor: een prikkelend stuk rondom waardecreatie is deze van Rutger Bregman. Hij begint met:

Waarom is het salaris van een vuilnisman veel lager dan dat van een bankier? Het standaardantwoord: zo werkt de markt nu eenmaal. Maar in werkelijkheid is het niet de markt, maar de samenleving die bepaalt wat echt van waarde is.

  • Graag wil ik met mijn bijdrage aan onderwijs, bijdragen aan het leren over wat wij van waarde vinden en leerlingen/studenten de kennis en de vaardigheden aan te reiken om eventueel daarnaar te handelen. En dus ook aan het faciliteren van een circulaire economie, inclusie & diversiteit.

Wie weet zit dat ook in dat nieuwe pad curriculum of toch nog ergens anders.

En zo niet dan ga ik gewoon door, net zoals deze week, om samen met anderen curriculum te ontwikkelen (en te verzorgen) rondom inclusieve en waardecreërende (business) models. Rondom het verleggen van de focus op geld/winst naar de focus op meervoudige waardecreatie.

Ps Vandaag 30/10 dan dit artikel over de lezing van Professor Sietske Waslander (socioloog):

De inhoud van het onderwijs is wel het taboe waar ik het over wil hebben. In Nederland vinden we het heel lastig om een verstandig gesprek te voeren over de inhoud van het curriculum.

Vanwege het ongemak om het over de inhoud van het onderwijs te hebben, wordt er in Nederland relatief weinig op de inhoud van het curriculum gestuurd. Althans, via de voordeur van de democratische besluitvorming.

Onderwijs vervult op maatschappelijk niveau namelijk ook een aantal kernfuncties. Het is, in de woorden van Kees Schuyt, net als de rechtsspraak, de democratie en academische vrijheid, een van de steunberen van de samenleving. Juist in een tijd van sociale veranderingen en maatschappelijke tegenstellingen, in een cultuur waarin we aan snelheid en flexibiliteit meer waarde hechten dan aan continuïteit en loyaliteit, is de samenleving gebaat bij krachtige steunberen. Daarom is het belangrijk dat de institutie onderwijs ook tegenwicht biedt. Niet al te makkelijk meegaat in die individualisering. Ook zorgt voor continuïteit en stabiliteit. Dat tegenwicht kan in verschillende dingen zitten, maar het zit in ieder geval ook in een gemeenschappelijke basis in het curriculum. Bij het nadenken over die inhoudelijke basis gaat het daarom om heel veel meer dan ‘wat heb ik er later aan’. Het gaat juist ook om al- dan-niet-gedeelde geschiedenis en cultuur. En ik zou zeggen dat er naast die – meer individualiserende – 21st century skills, ook aandacht nodig is voor – meer collectiverende – waarden zoals zorgzaamheid, bescheidenheid en verdraagzaamheid.

 

 

Verder Bericht

Vorige Bericht

Geef een reactie

© 2018 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: