De lerende docent

In ontmoeting de volgende stap te zetten

Als mislukkingen feedback zijn, wat kan ik dan hieruit leren.

Ik loop steeds weer tegen dezelfde grenzen. Het lijkt op zitten op een paard met vastgebonden poten. Mensen adviseren me te kiezen:

  • om het mooiste te maken van wat ik kan van mijn eigen student-contactenmomenten (en de rest dus te laten voor wat het is).
  • of om ergens anders mijn heil te zoeken. Omdat ze daar mij en mijn paard een echte plek geven.

En net als voorgaande jaren weiger ik om te accepteren dat dat mijn enige keuzes zijn. Omdat een voorbeeld zijn in samenwerken belangrijk is. Omdat ik denk dat we als economische faculteit zoveel kunnen bijdragen aan verduurzaming. Niet alleen van de bedrijven om ons heen. Ook door zelfbewuste, verantwoordelijkheid nemende jonge mensen met goeie tools (persoonlijk vaardig en inhoudelijk) het veld in te sturen.

Mijn paard: ik wil substantieel bijdragen aan een organisatiecultuur-verandering. Omdat die nodig is om de veerkracht te hebben om onze manier van samenwerken (met studenten en werkveld) en ons curriculum te “verduurzamen”, met grotere stappen dan we nu doen.

De kunst is natuurlijk om vast te stellen of de poten zijn vastgebonden of dat het paard dood is of iets daar tussen in. Bij een dood paard is namelijk volgens de indianen de beste strategie. Afstappen en een ander paard zoeken. Als het dood is, is het dood. Ik wil niet diegene zijn die onderstaande strategieën toepast. (via @JIMMYVDP)

Dead horse

  • Voor mij is dit paard dood als ik niet beschik over de capaciteiten (en niet kan leren) hoe je dat doet.
  • Tijd om een andere plek te kiezen is het als er moedwillig geprobeerd wordt mijn paard af te schieten. Keer op keer opnieuw.
  • Ertussenin zou zijn als mijn paard af en toe eten kreeg, men de wonden hielp verzorgen etc etc
  • Ideaal (galopperen) zou zijn als mijn rol geaccepteerd en gewaardeerd werd.

Het zijn de mislukkingen die me doen twijfelen, veel energie vergen. Die me doen twijfelen. Of ik wel kan leren hoe het moet. Of deze organisatie/dit systeem hier wel op zit te wachten. Daarom gaat deze post daarover. Ik wil onderzoeken wat ik kan leren van de mislukkingen.

Dus een lees-waarschuwing vooraf. Het gaat vanaf de volgende alinea over wat niet gelukt is. En ja, er zijn ook dingen die lukken. Die koester ik en gebruik opnieuw wat wel werkt. En er is ook een kring van een collega of 10 die mijn paard helpen verzorgen. Zonder hen en twitter-relaties was het al lang dood geweest.

De mislukkingen van het laatste jaar:

MVO in het curriculum:

Een poging om met grote stappen het curriculum te verduurzamen door iedereen te mobiliseren.

De noodzaak om meer duurzaam/MVO/nieuwe businessmodellen op te nemen in de opleiding wordt erkend door het management. (oa nav onze lobby). We mogen een deel van de faculteitsdag vullen. Het startmoment voor de implementatie van meer MVO in het curriculum.

De stilte erna is oorverdovend. Niet letterlijk. Mensen komen me vertellen waarom ze het niet gaan doen, waarom het niet nodig is, waarom het niet kan in hun vak. De community krijgt amper leden. Voor zover ik weet heeft deze inspanning geen veranderingen in de mindset of het curriculum teweeg gebracht.

Mijn conclusie: te groot en daarom zolang we niet gefaciliteerd worden (met voldoende ontwerp-uren) om het te doen, ook niet meer mijn verantwoordelijkheid. Niet mijn circle of influence.

MVO, gewoon alles door mij:

Een poging om MVO met grote stappen in het curriculum te krijgen door het gewoon helemaal zelf te doen, samen met de studenten.

Ik schreef een “proefballon”. Een collega probeerde er nog subsidie voor te krijgen. Die zijn er niet. Dit stierf een stille dood.

Mijn conclusie: te groot, te wazig.

De cultuurcommissie.

Een poging om mee te werken aan een cultuurverandering.

Er was een cultuurcommissie. En dus heb ik na lang twijfelen er aan deelgenomen. Dat lijkt namelijk de aangewezen plek om cultuurverandering aan te pakken. Het leverde mooie discussies op rondom code of conduct. Ik kreeg de kans om kort uit te leggen hoe ik de relatie zie tussen talent, werkdruk, het waarderend perspectief etc.

Na 2 sessies heb ik me toch weer afgemeld. Vooral omdat het me pijn doet om zoiets belangrijks met weinig aandacht te doen (3 kwartier per 2/3 maanden). De leden van de commissie hebben aangegeven dat ze mijn bijdrage hier wel op prijs hadden gesteld (=nieuwe inzichten bracht) Dus wellicht is deze niet geheel mislukt.

Onderliggend aan dat besluit zat er misschien ook iets van dit gevoel in (via @triangis):

organisatiezwaartekracht

Met experimenten, mijn eigen houding en delen laten zien hoe een “andere manier” eruitziet.

Stagerapporten

Poging om te laten zien dat door iets te veranderen in het derde jaar, je het de eindscriptie-begeleiders makkelijker kan maken.

Ik heb een nieuwe manier ontwikkelt voor het begeleiden van derdejaarsstudenten-studenten bij het maken van hun stagerapport. Studenten zijn er blij mee omdat het hen beter voorbereidt op de scriptie, een ervan neemt de moeite om dat te laten weten aan de stage-coordinatoren. De bedrijfs-stagebegeleiders vinden het zo waardevol dat ze dat opschrijven op het evaluatie-formulier. En bij een volgende docent-begeleider vragen of het weer zo mag. Ik geef het stagebureau de producten zodat ze kunnen beoordelen wat het eindresultaat van het proces is. Ik heb geblogd over de werkwijze.

Niemand houdt me tegen. En er verandert (voor zover ik weet) niets aan het proces van de overige docentbegeleiders.

Experiment met dilemma’s

Poging om te (laten) ervaren dat we samen meer weten dan alleen.

Ik stuur deze week een aantal mede-docenten een mail met het verzoek om voorbeelden voor dit experiment. Ik was niet voorbereid op de reactie: Dat dit niet klonk als “een stevige basis leggen in het eerste jaar” en “het hoeft niet leuk te zijn, zo’n basis leggen” en “te moeilijk”.

Deze gaat gewoon door. Ik ken de risico’s. Maar wie deed wat hij deed krijgt wat hij heeft. In een uur kan er geen man overboord gaan. Een andere collega kwam met een mooi voorbeeld. En een student die dolgraag debatteert zoekt dit weekend ook nog naar een casus.

De drie dagen ondernemingsplan

Poging om te experimenteren of je een sterk product nog kan versterken door peerfeedback, aansturing op groepsproces en een rubric (die zorgt dat correctie nu wel binnen de gegeven tijd kan)

Een verzoek vooraf om dit experiment (=eng) te mogen doen met docenten waar ik goed mee kan samenwerken en die openstaan voor vernieuwing is afgewezen.

Ik heb tussendoor overlegd met curriculumcommissie, studenten, de betreffende docenten, geblogd (om heel zorgvuldig te formuleren), alternatieven aangedragen om het stuk BA ook in de nieuwe vorm tot zijn recht te laten komen.

En nu ligt daar het verzoek om het niet te gaan doen zoals ik hier beschrijf, maar gewoon terug te gaan naar het oude beproefde model. Alleen dan in drie dagen.

En eerlijk gezegd, ik heb geen idee, hoe we op dit punt aangekomen, dit nog kunnen oplossen zonder “kamp” te kiezen. En overweeg dus, om dat te voorkomen, om dit handdoekje in de ring te gooien. = vragen om dit project niet te moeten doen. En met wat ik geleerd heb het de volgende keer anders aan te vliegen.

Kleiner kan ik het niet maken zonder me te verstoppen in mijn eigen leslokaal. Wat zie ik over het hoofd dat ik dit soort reacties krijg. Ze doen me pijn. Omdat ze me raken op wat voor mij belangrijk is, omdat ze me raken in wat voor mij zo belangrijk is dat ik veel ervan in mijn eigen tijd doe, omdat ze niet verrijken (=verderbouwen op wat al wel goed is).

Onderstaand schema suggereert dat het een verschillend perspectief van urgentie is.

Schema kpc samenhang veranderingsaspecten

Wat denken jullie? Wat moet ik nog leren?

PS Dankzij Simone die vroeg naar de originele bron en Joan die het navroeg bij de http://www.kpcgroep.nl/ weten we inmiddels dat het een bewerking is van het model van Knoster

Verder Bericht

Vorige Bericht

9 Reacties

  1. Sandra Verbruggen 6 december 2013

    Dag Ilse

    Mijn eerste reactie:
    Je wilt vanuit het microniveau (jij) invloed uitoefenen op het macro (de organisatiecultuur).
    Je hebt inhoudelijk ideeën (duurzaamheid bijvoorbeeld)
    In je verhaal wissel je af in doelen voor jezelf (meer invloed, meer werkplezier, vermogen om invloed te hebben), met de doelen die je voor de organisatie ziet. Het lijkt erop dat je je pas senang kunt voelen in de organisatie als je ook invloed hebt gehad op de doelen van de organisatie.
    Mijn vraag is: Wat heb je gedaan om na de studiedag een vervolg te bewerkstelligen? Ik vraag dit omdat ik niet kan inschatten hoe jouw procesdenken je ‘mislukkingen’ heeft beïnvloed. Heb je aan de leiding gevraagd hoe e.e.a. een vervolg zou kunnen krijgen? Op welke manier heb je om meer uren gevraagd? Wat zeiden ze toen? Op welke manier zijn mensen uitgenodigd tot een vervolg? Hoe heb je iedereen aangesproken toen het oorverdovend stil bleef?
    Het lijkt erop dat je je in je reflectie zou kunnen focussen op de vraag op welke manier jij gewoonlijk steun probeert te krijgen en waar dat mis gaat. Of er nog andere manieren zijn. Of er valkuilen inzitten. Van wie krijg je letterlijk steun uit de kring mensen die werkelijk invloed hebben?
    Als ik het lees krijg ik de indruk dat je teveel tegelijk probeert en dat soms te snel loslaat. Let wel: ik weet niet of dat werkelijk zo is.
    Mijn advies zou zijn: schrijf eens uitvoerig op voor jezelf hoe jij het probleem zelf mee in stand houdt (dat is namelijk de enige schakel waar je zelf iets aan kunt doen). Kies dan een enkel onderwerp en bekijk dat heel koel op de kans van slagen. Wat is er voor nodig, welke stappen zouden daar nodig zijn, hoeveel kans op steun heb je? En doe je dat ene ding en houdt vol.
    Hartelijke groet,
    Sandra

    • Ilse Meelberghs 7 december 2013

      Dag Sandra,

      Je hebt me net die zet gegeven die ik nodig had. Dankjewel daarvoor.
      Omdat je wellicht boeiend vindt het proces en de uitkomst teruggekoppeld te krijgen. Bij deze.
      Ik heb opgepikt: hoe steun, het zelf mee in stand houden en het moment van loslaten. Dat heb ik gekoppeld aan ervaringen, projecten in het verleden die wel goed gingen. Wat was daar anders. Ook gekoppeld aan mijn talenten en hoe ik van daaruit problemen aanvlieg.

      En ik kom tot de volgende eerste vaststelling, bij projecten waarvan ik de uitkomst heel graag wil en die gebruik maken van mijn talenten, accepteer ik dat niet is voldaan aan:
      • Een helder en realistisch doel voor de samenwerking.
      • Een facilitering van uren die daarbij past.
      • En voor experimenten, werken met collega’s waarvan ik weet dat ze me rugdekking geven.
      Dus wellicht heb ik niet te snel losgelaten, maar ben ik al vaker te lang doorgegaan onder de verkeerde condities. Want de valkuil is: laten we maar beginnen, dan lost mijn enthousiasme de rest onderweg wel op.

      Mijn werkpunten bij projecten die mijn passie raken:
      Voor ik ja zeg tegen een nieuwe taak/project doorvragen tot de doelstellingen helder zijn en gezamenlijk gedragen zijn. Doelstellingen hebben de neiging om te wollig en te ambitieus te zijn. Dus de vraag stellen: Wat in deze taak/project is al aanwezig en gaan we behouden omdat het al sterk is. En wat willen we graag gaan versterken.
      De vraag stellen naar de facilitering van de uren voor het ja-zeggen. Dit is de meest beladen vraag die je kan stellen op de faculteit en ik lijk hem altijd op het verkeerde moment te stellen.
      En dan de afweging maken of die doelstellingen realistisch zijn in combinatie met de facilitering in uren. En nee zeggen als dat niet zo is. Ook al wil ik de uitkomst heel graag.
      En ik kan met iedereen samenwerken als het gaat om de standaard werkzaamheden. Als het gaat om experimenten, om buiten de comfortzone stappen, dan wil ik dat doen met collega’s waarvan ik weet dat ze me rugdekking geven.

      Zo, nou nog een mailtje de deur uit. Ik heb namelijk alweer ja gezegd tegen een project dat mijn passie raakt zonder te weten wat de precieze doelstelling en facilitering is. Ga ik nu werk van maken en dan kan ik dit loslaten.
      Fijn weekend nog.

  2. fransdroog 8 december 2013

    Hoi Ilse,

    Wat jij misschien nog zou kunnen leren of leren versterken is leren accepteren.
    Leren accepteren dat niet iedereen de passie heeft die jij bezit.
    Leren accepteren dat niet iedereen het vermogen heeft dat jij bezit.
    Leren accepteren dat niet iedereen de snelheid heeft die jij bezit.
    Leren accepteren dat niet alles dat jij wilt ook werkelijkheid zal worden.
    Leren accepteren dat het soms eenzaam kan zijn aan de door jou zelf onbewust gecreëerde top.
    Dat leren accepteren gaat misschien het gemakkelijkst wanneer je alleen de successen telt en je dan realiseert hoeveel dat al is.

    Ik sluit me aan bij het advies van Sandra. Richt je energie opnieuw. Beperk het verlies ervan aan zaken die het niet gaan worden. Gebruik een deel om in kaart te brengen wat realistisch haalbaar is in jouw omstandigheden en omgeving. Gebruik de rest om vol te gaan voor je gekozen doelen. En accepteer dat dit langzamer zal gaan dan je wilt. Dat je meer energie zult moeten stoppen in het onderhouden dan in het starten. En geniet van je successen! De nieuwe, maar zeker ook de oude.
    Blijf je ervaringen delen en haal zo nieuwe energie op.

    Ik herken je verhaal een beetje en bovenstaande heb ik ooit aan mezelf geschreven.
    Recent op een studiereis in Canada liet Michael Fullan onderstaande video zien, als antwoord op de vraag van een de deelnemers: “Ik ben zo bang voor de reacties van mijn collega’s als ik terugkom in Nederland en mijn enthousiasme ga delen.”
    In woorden was zijn antwoord. Wees empathisch en realiseer je dat zij niet hebben meegemaakt wat jij hebt ervaren. Laat je enthousiasme de boodschap niet ontoegankelijk maken.
    In beelden. “After the workshop” http://www.youtube.com/watch?v=WDz3-c-yZMg

    • Ilse Meelberghs 8 december 2013

      Frans,
      Mijn allereerste reactie was blij. Met je persoonlijke reactie, een stukje van jezelf.

      Dus toch, verschil van inzicht over urgentie (zie schema), was het tweede dat in me opkwam toen ik je reactie las. Want ik doe wat ik doe omdat ik:
      – Docenten zie die hun glans verliezen en/of afhaken.
      – Studenten zie die kansen missen om bij ons ervaringen op te doen die hun bewust maken van hun sterktes.
      – Een wereld die de dingen anders zal moeten gaan doen en niet weet hoe.
      Ik vind dat dringend.

      De les van de empathie heb ik geleerd na de faculteitsmiddag MVO. Ik heb geluisterd naar waarom men niet meedeed en hoorde samengevat: “gebrek aan veerkracht en ruimte”. Dat is oa de reden waarom ik die losgelaten heb en op onderzoek ben gegaan naar “veerkracht vrijmaken”. Het filmpje dat je bijvoegde is wel effectief. Enthousiasme en empathie zijn voor mij nog steeds geen voor de hand liggende combinatie. Het beeld blijft bij me en ik zal eraan werken.

      En al nadenkend over een antwoord realiseerde ik me dat ikzelf niet langzamer kan gaan. Omwille van mijn gevoel van urgentie. Ik kan het beter richten inderdaad. En nog meer (beginnetje is er) leren accepteren dat iedereen zelf het moment kiest waarop ie mee gaat doen en dat niet meedoen ook een optie is. (dat zijn dan de wel de mensen waarmee ik liever niet ingedeeld wordt om experimenten mee te doen)

      En van dat moment kiezen is dit filmpje dan weer een prachtig voorbeeld. Ik voel me niet alleen bij die boomstam http://youtu.be/GPeeZ6viNgY

      En ik wacht gewoon (niet altijd even geduldig, toegegeven 🙂 ) op het moment dat we in de gaten krijgen tot wat we samen in staat zijn.

      En dat hoeft niet perse bij deze boom te zijn.

  3. Jacqueline 9 december 2013

    Hoi Ilse,
    Ik wil toch even reageren op jouw opmerking tav de stageverslagen. De meerwaarde van jouw aanpak is gezien. We hebben (recent) ook besloten deze aanpak tot algemene norm te verheffen voor de derdejaarsstudenten die vanaf september 2014 op beroepsopleidende stage gaan.Dat betekent dat we in de komende maanden hier stappen in moeten maken om de studenten goed voor te bereiden op deze veranderde eisen. Ik zou het heel fijn vinden als je ons hierbij wilt helpen.
    Groet,
    Jacqueline

    • Ilse Meelberghs 9 december 2013

      Oh, super dat het gebeurt en dat je dat laat weten. Tuurlijk wil ik daar graag bij zijn. Ga ik ook even laten weten aan de betreffende studenten en docentbegeleiders.

  4. Judith 10 december 2013

    Lieve Ilse,
    Zo’n blog vraagt natuurlijk om een reactie. Jij die mij ook een oppepper geeft als ik het even niet meer zie zitten 🙂 Het is herkenbaar. Je weet je kunt de situatie niet veranderen alleen de manier waarop jij met de situatie omgaat. Je schrijft in je reactie aan Frans dat jij de situatie dringend vindt omdat je docenten en studenten ziet afhaken, maar je weet ook … daar ben jij niet verantwoordelijk voor. Probeer daar waar je de energie voor hebt veranderingen ingang je zetten. En focus je verder zoveel mogelijk op zaken waar je energie van krijgt (jaja i know gemakkelijker gezegd dan gedaan)
    En zo zie je aan de reactie van Jacqueline dat kadootjes op de meest onverwachte momenten komen 🙂 ook dat heb ik deze week ervaren. Geniet van de kleine dingen, dat doe je, ook dat weet ik. En zo nu en dan frustraties uiten helpt ook, ook dat weet ik. 🙂
    We blijven elkaar gewoon steunen. We moeten toch ieder ons eigen ‘strijd’ (leerproces) doorstaan. C’est la vie.
    Judith

    • Ilse Meelberghs 10 december 2013

      Dankje Judith.
      D’r zijn nog meer mooie cadeautjes geweest nav deze blog. En ja, daar heb ik van genoten.
      En hij heeft vooral zijn doel gediend. Het is een kunst om te kunnen kijken naar wat niet gelukt is, dat recht in de ogen te kijken en te zoeken naar wat je ervan kan leren. Dat is hier gelukt. En er zijn tekenen dat het echt gaat helpen om het plan ondernemingsplan ook “goed te laten komen”. Ik houd jullie op de hoogte.

  5. Ilse Meelberghs 10 januari 2014

    Voor die drie dagen ondernemingsplan is het “goed gekomen”. Een collega met andere kwaliteiten dan ik heeft geholpen. Zo fijn!

Geef een reactie

© 2017 De lerende docent

Thema door Anders Norén

%d bloggers liken dit: